Voor een bedrijfspand voor eigen gebruik kunt u tot 90% van de getaxeerde marktwaarde lenen, als de kasstroom van uw onderneming dat draagt. Daarnaast betaalt u in 2026 een overdrachtsbelasting van 10,4%, plus kosten voor notaris en taxatie, meestal uit eigen middelen. Hieronder staat een doorgerekende aankoop van € 600.000, plus de vormen van zakelijke leningen en werkkapitaal.
Elke zakelijke financiering begint met de vraag waarvoor het geld nodig is: een eigen pand, een investering of werkkapitaal. Het antwoord bepaalt de vorm, de looptijd en de zekerheden. De hoofdregel is eenvoudig: stem de looptijd van de financiering af op de looptijd van wat u financiert.
| Doel | Gangbare vormen | Indicatieve looptijd |
|---|---|---|
| Bedrijfspand | Zakelijke hypotheek, financiering via holding | Aflossing over 15 tot 20 jaar |
| Investeringen | Investeringskrediet, lease, overnamefinanciering | 3 tot 10 jaar |
| Werkkapitaal | Rekening-courantkrediet, factoring, voorraadfinanciering | Doorlopend, jaarlijks herzien |
Wie een pand betaalt uit het rood staan op de rekening-courant, loopt vast zodra de bank het krediet herziet. Wie werkkapitaal vastlegt in een lening met tien jaar vaste aflossing, betaalt rente over geld dat in rustige maanden stilstaat.
Hoeveel kunt u lenen voor een bedrijfspand?
Voor een bedrijfspand voor eigen gebruik is financiering tot 90% van de getaxeerde marktwaarde mogelijk. Daarnaast toetst de financier of uw onderneming rente en aflossing ruim kan betalen uit de operationele resultaten. De laagste uitkomst van die twee toetsen bepaalt hoeveel u kunt lenen.
Die 90% is een bovengrens, geen standaard. Een courant pand op een goede locatie, zoals een bedrijfsunit op een bedrijventerrein, is voor een financier makkelijker dan een specifiek ingericht pand dat bij een gedwongen verkoop lastig te verkopen is. Ook de sector en de historie van uw onderneming wegen mee. Bent u zzp'er of dga en speelt ook uw privéhypotheek mee, lees dan hypotheek als ondernemer, zzp'er of dga.
Wat kost een bedrijfspand naast de koopsom?
Reken naast de koopsom op 10,4% overdrachtsbelasting voor een bedrijfspand in 2026, plus kosten voor notaris, taxatie, advies en een eventuele bouwkundige keuring. Die bijkomende kosten worden in de regel niet meegefinancierd. U betaalt ze dus uit eigen middelen, bovenop de eigen inbreng voor het deel van de koopsom dat niet wordt gefinancierd.
Het verlaagde tarief van 8% dat per 1 januari 2026 geldt, is alleen bedoeld voor woningen die niet als hoofdverblijf worden gebruikt. Voor niet-woningen, zoals bedrijfspanden, blijft het algemene tarief van 10,4% gelden.
Koopt u nieuwbouw of een pand dat korter dan twee jaar geleden in gebruik is genomen, dan kan btw in plaats van overdrachtsbelasting van toepassing zijn. Laat dat vooraf door uw accountant of notaris beoordelen.
Is een bedrijfspand kopen voordeliger dan huren?
Per maand niet altijd, op termijn vaak wel. In het rekenvoorbeeld hieronder ligt de bruto maandlast van € 4.725 iets boven de huur van € 4.250. Maar € 2.250 daarvan is aflossing en dus vermogensopbouw, en de rente van € 2.475 ligt ruim onder de huur en daalt elk jaar.
Een installatiebedrijf huurt een bedrijfsunit voor € 4.250 per maand. De verhuurder biedt de unit te koop aan voor € 600.000, gelijk aan de getaxeerde marktwaarde.
| Investering | Bedrag |
|---|---|
| Koopsom bedrijfspand | € 600.000 |
| Overdrachtsbelasting 10,4% | € 62.400 |
| Notaris, taxatie, advies en keuring (indicatief) | € 6.500 |
| Totale investering | € 668.900 |
| Financiering: 90% van de marktwaarde | € 540.000 |
| Eigen inbreng | € 128.900 |
| Maandlast eerste jaar (fictieve rente) | Per maand |
|---|---|
| Rente: 5,5% over € 540.000 | € 2.475 |
| Lineaire aflossing over 20 jaar | € 2.250 |
| Bruto maandlast | € 4.725 |
Houd daarnaast rekening met onderhoud, verzekering en OZB. De echte vraag is wat de eigen inbreng met uw onderneming doet. Ook met 90% financiering is € 128.900 een forse greep uit de kas. In de praktijk zie ik vaak dat het verstandiger is een deel van de eigen inbreng anders te structureren, bijvoorbeeld met overwaarde op ander vastgoed, zodat er buffer overblijft voor werkkapitaal en tegenvallers.
| Voor kopen | Voor huren |
|---|---|
| Voorspelbare huisvestingslasten in plaats van jaarlijkse huurindexatie | Uw eigen vermogen blijft beschikbaar voor groei |
| Aflossing bouwt vermogen op, vaak buiten de werkmaatschappij | Flexibel bij sterke groei of krimp |
| Vrijheid om het pand aan te passen aan uw bedrijfsvoering | Geen risico op waardedaling of leegstand |
Privé, holding of werkmaatschappij?
Veel ondernemers brengen het pand onder in een aparte vennootschap die het verhuurt aan de werkmaatschappij. Welke structuur fiscaal past, bepaalt u met uw accountant of fiscalist. De financiering moet daarop aansluiten, want de financier kijkt naar de partij die eigenaar wordt en naar de huurstroom vanuit de werkmaatschappij.
Welke zakelijke lening past bij uw investering?
Kies een vorm die past bij wat u financiert: een investeringskrediet voor inventaris, machines of een verbouwing, lease voor voertuigen en apparatuur, en overnamefinanciering voor de koop van een bedrijf. Laat de aflossing nooit langer duren dan de investering meegaat.
| Vorm | Geschikt voor | Kenmerk |
|---|---|---|
| Investeringskrediet | Inventaris, machines, verbouwing | Vaste looptijd en aflossing, vaak met pandrecht op de activa |
| Lease | Voertuigen, apparatuur | Het object zelf is de zekerheid, weinig eigen inbreng |
| Overnamefinanciering | Koop van een onderneming | Vaak een combinatie van bank, eigen geld en een verkoperslening |
| Alternatieve financiers | Snelle of kleinere trajecten | Sneller besluit, meestal hogere rente |
| Private lening | Aanvulling of overbrugging | Maatwerk, vastgelegd bij de notaris |
Een bestelbus die na vijf jaar wordt vervangen, financiert u niet over acht jaar. Anders betaalt u straks twee bussen tegelijk af. Wanneer een private lening zinvol is en wat die kost, leest u in private lening voor vastgoed.
Te weinig zekerheden: de BMKB
Heeft uw onderneming een gezond plan maar te weinig onderpand, dan kan de bank de Borgstelling MKB-kredieten (BMKB) van de overheid gebruiken. De Staat staat dan borg voor een deel van het krediet, waardoor de bank eerder ja zegt. Voor starters, bedrijven die korter dan drie jaar bestaan, staat de overheid borg voor 67,5% bij een starterslening tot € 333.333.
De regeling is bedoeld voor mkb-bedrijven met maximaal 250 fte en een jaaromzet tot € 50 miljoen of een balanstotaal tot € 43 miljoen. Bedrijven die meer dan de helft van hun omzet uit onroerend goed halen, vallen erbuiten. U vraagt de BMKB niet zelf aan bij RVO: dat doet uw bank of financier (stand oktober 2026).
Hoeveel werkkapitaal heeft uw onderneming nodig?
Bereken uw kaskringloop: de gemiddelde betaaltermijn van klanten plus de gemiddelde voorraadduur, min de betaaltermijn bij uw leveranciers. Vermenigvuldig het aantal dagen gedeeld door 365 met uw jaaromzet. Dat bedrag zit vast in voorraad en openstaande facturen, en moet u financieren.
| Voorbeeld: groothandel met € 2 miljoen omzet | Dagen |
|---|---|
| Gemiddelde betaaltermijn klanten | 45 |
| Gemiddelde voorraadduur | 30 |
| Min: betaaltermijn bij leveranciers | 30 |
| Kaskringloop | 45 |
Bij 45 dagen kaskringloop zit er ongeveer 45/365 × € 2.000.000 = € 246.600 vast in voorraad en openstaande facturen. Groeit de omzet met 25%, dan groeit die behoefte mee met ruim € 60.000, nog voordat de extra winst binnen is. Winstgevende bedrijven komen daardoor eerder in de problemen door een tekort aan liquiditeit dan door verlies.
Oplossingen die meebewegen met uw omzet:
- Rekening-courantkrediet: een flexibele kredietruimte die u opneemt en terugstort. U betaalt rente over het opgenomen saldo.
- Factoring: u verkoopt of bevoorschot openstaande facturen en ontvangt direct het grootste deel van het bedrag.
- Voorraadfinanciering: de voorraad dient als zekerheid, geschikt voor handel en productie met seizoenspatronen.
- Kortlopende lening: voor een tijdelijke piek, zoals een grote order die voorfinanciering vraagt.
Regel werkkapitaal voordat u het nodig heeft. Een financier kijkt positiever naar een ondernemer die vooruit plant dan naar een ondernemer die met een lege kas aanklopt.
Hoe beoordeelt een bank uw zakelijke kredietaanvraag?
Een financier kijkt naar vijf punten: kasstroom en aflossingscapaciteit, solvabiliteit, zekerheden, de ondernemer en het plan, en de sector. De kasstroom weegt het zwaarst. Veel financiers rekenen met de DSCR, de vrije kasstroom gedeeld door rente en aflossing, en zien een ratio van 1,2 als ondergrens.
Neem het rekenvoorbeeld van het bedrijfspand. Rente en aflossing zijn samen € 4.725 per maand, circa € 56.700 per jaar. Bij een vrije kasstroom van € 85.000 per jaar is de DSCR 85.000 gedeeld door 56.700, afgerond 1,5. Daarmee zit de onderneming ruim boven de ondergrens.
Elke financier heeft een eigen risicobeleid. Wat bij de ene bank een afwijzing is, past bij de andere precies in het beleid. Daarom leg ik een dossier voor aan de financiers die bij de situatie passen en zet ik de aanbiedingen naast elkaar. Dit heeft een financier meestal nodig:
- jaarcijfers van de laatste drie jaar en actuele tussentijdse cijfers;
- een prognose voor de komende jaren en een ondernemingsplan of toelichting;
- een uittreksel van de Kamer van Koophandel;
- een overzicht van bestaande financieringen;
- de koopovereenkomst of verbouwbegroting en een taxatierapport van het pand;
- een debiteuren- en crediteurenlijst;
- een recente aangifte en een overzicht van uw privésituatie.

